Waar is ruimte om elektrische voertuigen op te laden?
Netcongestie en de groei van elektrisch vervoer maken het noodzakelijk om niet alleen te kijken naar wanneer het beste kan worden opgeladen (slim laden), maar ook waar het beste in de laadvraag voorzien kan worden. Door de laadvraag geografisch te verplaatsen kan er vaak meer en mogelijk sneller, zelfs in tijden van netcongestie. Dat is de centrale gedachte achter ‘laadplanologie’.
ElaadNL-collega’s Rutger de Croon en Annabel van Zante introduceren dit nieuwe concept in een white paper en nodigen lezers uit om mee te denken met het verder uitwerken van het concept en de daaruit voortvloeiende oplossingsrichtingen.
Een aantal ontwikkelingen maakt dat laadplanologie cruciaal is. De ruimtelijke puzzel wordt in Nederland steeds complexer. Er zijn diverse ruimteclaims ontstaan door bijvoorbeeld woningbouw, natuurversterking en infrastructuur. Een net zo belangrijke ontwikkeling is netcongestie. Centraal bij laadplanologie staat de vraag waar elektrische auto’s, bussen, trucks en ander elektrisch vervoer het beste opgeladen kunnen worden rekening houdend met ten eerste de situatie op het stroomnet, ten tweede het laadgedrag en ten derde de behoefte van andere elektriciteitsvragers. Door rekening te houden met deze drie factoren bij de invulling van de fysieke ruimte worden slimmere keuzes gemaakt bij het plannen van de locatie (en vorm) van laadinfrastructuur.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan: de laadvraag voor het opladen van elektrische trucks op bedrijventerrein daar positioneren waar een onderstation is dat nog ruimte heeft. De laadvraag geografisch verplaatsen naar locaties met (een overschot aan) duurzame lokale opwek uit zon en/of wind. Pieken in de laadvraag bij thuiskomst in de wijk voorkomen door het laden overdag op werklocaties te stimuleren. De laadvraag van zwaar vervoer integraal binnen een gebied plannen waardoor bijvoorbeeld geladen wordt bij een ander bedrijf elders op het terrein dat op andere delen van de dag laadt. In sommige situaties kijken naar de optie van snelladers aan de rand van de wijk in plaats van veel publieke palen verspreid over de wijk. Denk hierbij ook aan all-electric wijken die al veel stroom vragen voor andere toepassingen zoals warmtepompen. Of bijvoorbeeld publieke laadinfrastructuur voor personenauto’s ook gebruiken voor het laden van licht bouwmaterieel.
Laadplanologie brengt dus de ruimtelijke ordening en energietransitie samen voor het bepalen van de geografie van het opladen van elektrische voertuigen. Rutger de Croon, samen met Annabel van Zante auteur van de white paper, legt het zo uit: “Laadplanologie draait om het geografisch verplaatsen van de laadvraag van een minder gunstige locatie A naar een betere geschikte locatie B. In tijden van netcongestie en diverse ruimteclaims is laadplanologie een noodzakelijke voorwaarde voor de succesvolle uitrol van laadinfrastructuur die nodig is om de elektrificatie van vervoer te faciliteren.”
De auteurs nodigen lezers uit om mee te denken met het verder uitwerken van laadplanologie en de daaruit voortvloeiende oplossingsrichtingen. De Croon: “Wij zien de white paper vooral als een aftrap waarbij niet alles al tot in detail is uitgewerkt. Een aftrap die we gezien het grote belang en de snelheid van ontwikkelingen in de energietransitie graag met iedereen delen om het denken over laadplanologie verder op weg te helpen. Om antwoord te kunnen geven op die ene cruciale vraag: waar is ruimte om elektrische voertuigen op te laden?”.